Meneer de Bruin

74 is hij. Hij is slechthorend, slechtziend en loopt moeizaam. Hij woont echter nog steeds op zichzelf. Een paar jaar geleden is hij in beeld gekomen bij de organisatie waar ik voor werkte. Dit was n.a.v. een melding die bij de GGD terecht kwam. Er was sprake van geluidsoverlast en vervuiling. De heer de Bruin leefde zijn eigen leven, scharrelde wat rond en was erg argwanend naar mensen toe die hij niet kende. Niet raar als je bedenkt dat hij alles verkeerd verstond en geen gezichten kon onderscheiden. Hij leefde al zo lang in een isolement en in zijn eigen wereldje…
Het heeft mijn collega een paar maanden gekost bij hem binnen te komen. Steeds weer bij hem langs gaan, proberen in contact te komen en vervolgens het vertrouwen te winnen om bij hem binnen te mogen. Na een lange aanloop is het haar gelukt thuiszorg te regelen, die nu twee keer per week langs komt. Om hem te helpen zijn huis wat op orde te krijgen en zichzelf beter te verzorgen. Tot zover het begin van de hulpverlening.
Ik kwam op het toneel toen alles al liep. Ik nam het contact grotendeels over van mijn collega, die het erg druk had met andere clienten.
Elke maandag morgen begon ik mijn werkweek met een bezoek aan meneer de Bruin. Hij stelde zich met zijn voornaam voor, maar om de een of andere reden bleef ik hem meneer noemen. Hij was ook eigenlijk een echte heer, met ouderwetse normen en waarden. Ondanks zijn rommel en (zelf-)verwaarlozing.
Mijn contact met hem moest nog opgebouwd worden, maar na enige tijd waardeerde hij mijn komst en konden we het goed met elkaar vinden.
Als ik aankwam zat hij vaak buiten op zijn tuinhekje, of was hij de stoep aan het vegen. De koffie was zo’n beetje klaar. En dan begon het ritueel, wat zich week na week herhaalde. We namen de post door, we dronken koffie, rookten een sigaretje, ik las de Aldi-folder voor (alleen non-food, zei hij altijd, terwijl de prijzen steevast omgerekend werden naar guldens) en hij besprak wat hij kwijt wilde. We maakten wat grapjes en het was goed.



Ondertussen wierp ik een blik op de keuken, de kachel, en zijn rommel. Was het erger geworden of kon het er nog mee door?..
Na 1 ½ uur wurmde ik me met moeite van zijn aandacht los en sprong opgelucht en wat vermoeid op de fiets om naar de vergadering op mijn werk te gaan.
Als ik met de auto kwam wilde hij altijd graag meerijden naar de stad, waar hij zijn vaste route en adressen afliep voor koffie of een praatje. Tikkend met zijn loopstokken zag ik hem dan uiteindelijk uit het zicht verdwijnen.


Wat nog meer te vertellen over deze kleurrijke, eenzame man?
Hij is typisch het soort man die door zijn beperking en voorkomen door veel mensen genegeerd wordt. Hij komt vaak wat knorrig over. Dat komt mijns inziens voornamelijk doordat hij niet goed verstaat wat men zegt; niet goed ziet waar hij loopt en door zijn eigen belevingswereld, die vaak is blijven hangen bij vervlogen tijden.
Hij doet alles op gevoel. Zijn oude vak was kleermaker, en hij voelt altijd goed ergens aan om af te tasten hoe iets werkt of wat het is. Zijn post wordt altijd heel keurig met een brievenopener opengemaakt.
Een maand geleden nam ik afscheid van hem. Ik had een andere baan. Met spijt in mijn hart zei ik hem gedag.
Een paar weken na mijn afscheid kreeg ik te horen dat hij in het ziekenhuis lag. Zo gezond als hij altijd leek, was hij plots opgenomen met een kwaadaardig gezwel in zijn alvleesklier. Ik heb hem nog opgezocht. We hebben samen buiten een sigaretje gerookt en koffie gedronken….. net als altijd.

ADHD?

Ik neem mijn collega waar tijdens haar vakantie. Op een dag komt er een e-mail binnen van ene Jaap. Jaap zat niet bij de clienten die ze aan mij overdroeg of waar ik iets mee moest doen.
Een ietwat warrige mail. Over dat de aanvraag schuldsanering nog steeds niet rond is, en dat zijn stofzuiger nu ook al stuk is… Wat te doen?
Ik bel Jaap op. Vraag wat er aan de hand is en biedt mijn hulp aan.
Een nieuwe stofzuiger lijkt van levensbelang. Ik zeg hem mijn best te zullen doen.
Ik neem contact op met een organisatie die belangeloos spullen verstrekt aan mensen die niets te makken hebben (spullen die ze zelf krijgen van weer andere mensen..). Helaas is er op het moment geen stofzuiger in het magazijn. Ik sta met deze wens boven aan de lijst.
Dat kan ook wel even duren. Ik besluit daarom een noodfonds aan te schrijven, wat speciaal voor dit soort gevallen is.
Om dit te doen moet ik wat gegevens hebben van Jaap, en spreek ik bij hem thuis af.
Jaap blijkt in een leuke studio in het hartje van de stad te wonen. Hij is een knappe man van ruim 40, goed gekleed en geproportioneerd.
Jaap schenkt zichzelf een glas wijn in en vraagt of ik koffie wil. Ja, hij had gister teveel gedronken en moet dat even wegwerken. Normaal drinkt hij niet zoveel..
Ik leg hem uit over het fonds en de gegevens die ik daarvoor nodig heb.
Maar zo makkelijk gaat dat niet. Jaap vertelt zijn verhaal. In flarden en brokjes. Hij wil het kwijt. Hij is druk en chaotisch, vliegt van de hak op de tak en is vrij associatief. Van het ene onderwerk komt hij op het andere. Ik verneem dat hij fotomodel is geweest, in Milaan heeft gewerkt, een eigen bouwbedrijf heeft gehad, een kind heeft, en hoor over alles wat fout ging.
Tussendoor probeer ik hem te focussen op wat ik kom doen. Ik klop hem op zijn hand om hem terug te brengen bij het onderwerp. Na 1 ½ uur heb ik eindelijk zijn gegevens en gaan we nog even een paar kopietjes maken van wat afschriften.

Als ik eindelijk wegfiets ben ik doodop.
De volgende dag krijg ik een e-mail. Ik had iets in hem wakker gemaakt met mijn aanraking. Hij had zin me te knuffelen. Hij voelde zich weer vrolijk. Je zal me wel een rare vinden zei hij..
Pfft, ik heb maar terug gemaild dat ik gelukkig wel gewend ben met rare snuiters te werken. En dat het niet mijn intentie was op die wijze iets in hem wakker te maken.
Volgende keer toch maar beter opletten als ik iemand een bemoedigend klopje geef!
...twee weken later: het geld van het noodfonds is er en we spreken af bij een winkel om de stofzuiger te kopen. Hijgend komt Jaap binnen, onder de verfspatten. Hij is aan het klussen bij iemand en verdient zo wat geld bij. Ik vraag me af waar ik al die moeite voor gedaan heb?! Toch is hij blij met zijn nieuwe huishoudelijke apparaat, en vooral is hij verbaasd dat dat zo makkelijk is gegaan....
Hij tevreden naar huis, ik fiets met gemengde gevoelens weg. Hij is en blijft een ritselaar!

Sonya

Wanneer ik bij haar binnen kom kan ik mijn kont bijna niet keren in alle rommel. Het hele huis staat vol met dozen, tassen en huisraad. Ik wurm me tussen de spullen door en ga op een stoel zitten die midden in de kamer staat. Sonya is net verhuisd.
We gaan zitten met een kopje thee en ik vraag haar naar het mooie schilderij aan de muur. Hierop volgt haar emotionele verhaal.
Vijf maanden geleden is haar verloofde plots overleden. Ze waren negen maanden samen en hadden grootse plannen. Deze avond hadden ze net gegeten en terwijl Sonya in de keuken was hoorde ze een raar geluid uit de kamer komen.
In de paar minuten dat ze weg was, was haar geliefde dood neergevallen! Zomaar, zonder reden. Hij rookte niet, dronk niet en leefde gezond. Hij overleed aan een longembolie op 49 jarige leeftijd.
Haar verhaal is tragisch.
Ze is een hoog opgeleide vrouw, van zuid-amerikaanse afkomst.
Ze kwam 8 jaar geleden naar Nederland, voor de liefde. Met deze liefde liep het na jaren van veel problemen mis. Daarna kwam ze haar laatste vriend tegen. Het was liefde op het eerste gezicht en ze waren erg gelukkig met elkaar. Er was sprake van kinderwens en een huwelijk.
Het huis waar ze nu net woont kreeg ze nadat ze een urgentie kreeg. Ze kon niet meer vertoeven in hun oude woning.Dit huis is goed: ze kijkt uit op de boom waar ze dol op is, en waar ze een mooie foto van haar namen toen de boom bloesem had. Van deze foto heeft haar vriend het schilderij gemaakt…..

Kees

Kees oogt heel stoer. Van het type “gouden kettinkjes, tatoeages en macho gedrag”.
Al snel is mij duidelijk dat dat alleen maar de buitenkant is en blijkt hij een hele lieve jongeman te zijn, die erg begaan is met alles en iedereen.
Ik kom bij Kees om hem te helpen overzicht in zijn schulden te krijgen, zodat hij schuldhulpverlening kan aanvragen.
Een stapel post ligt ongeopend in een kast. Het water is al maanden afgesloten.
Kees wil graag weer aan het werk, maar zegt niets te kunnen zolang hij geen water heeft. Hij kan zich niet douchen, niet schoonmaken of het toilet gebruiken.
Hij lijkt te berusten in deze erbarmelijke omstandigheden.
Alles zit hem tegen, maar hij blijft lachen en vrolijk. “Heeft geen zin om bij de pakken neer te gaan zitten” zegt hij. "ik blijf optimistisch".
Kees heeft een hersenbloeding gehad, lijdt aan suikerziekte, heeft hartproblemen en van alles en nog wat meer. Familie heeft hij niet meer, behalve zijn oma die in een verzorgingshuis woont.
Samen brengen we orde in de stapel papieren. Het lucht hem zichtbaar op. Als hij alleen is weet hij niet waar hij moet beginnen en doet vervolgens maar niets meer.

In de weken hierop volgend gaan we naar de Stadsbank en melden hem aan bij schuldhulpverlening. Aangezien er een wachttijd van een week of drie is maak ik vast een begin om de meest dringende zaken aan te pakken. Inmiddels blijkt dat een hoop deurwaarders het al opgegeven hebben omdat er toch niets te halen valt bij hem. Dat haalt in ieder geval wat druk van de ketel en erger dan het nu is kan het bijna niet worden. Het nieuwe zorgstelsel heeft er in ieder geval voor gezorgd dat hij nog steeds verzekerd is, ook al heeft hij al anderhalf jaar geen premie betaald! Zijn schuld over die periode is 1800 euro, maar daarvoor heeft hij een schuld van ruim 5000 euro opgebouwd! Wat te doen? Eerst aanmelden voor collectieve verzekering via de uitkering. Dan wordt het geld op zijn inkomen ingehouden, kost het minder en wordt er in ieder geval weer betaald. Verder werken we samen. Ik geef hem kleine taken en doe zelf veel waar hij geen eens erg in heeft. Hij doet alles wat ik hem vraag.
We leren elkaar steeds beter kennen. Op gegeven moment verzucht hij dat hij wel een vriendin zou willen, maar dat dat nu echt niet kan in zijn situatie. Hij komt ook niemand tegen. Ja, JIJ, zegt hij, "maar jij bent mijn maatschappelijk werkster, en dat kan niet he"?! Hij kijkt me olijk aan terwijl hij dat zegt. Ik heb van hem niets te vrezen, het is begrijpelijk dat als je iemand zo intensief ondersteunt, er van alles met hem gebeurt, waaronder het opleven van "romantische gevoelens"...

Sylvia...

Als ik om drie uur bij haar aanbel, zit ze aan een biertje. Of het de eerste, tweede of derde is vraag ik maar niet. Sylvia kan niet zonder alcohol, en al helemaal niet voor ze de deur uitgaat. Ze moet zichzelf letterlijk moed indrinken. Ze lijdt namelijk aan straatvrees en wellicht nog een aantal andere angsten, die in ogen van “normale” mensen nergens om gaan.
En vandaag is zo’n dag dat we de deur wel uit moeten. Ze heeft namelijk enorme buikpijn en moet even met een plasje naar de dokter. Het is al heel wat dat ze gebeld heeft om hulp, en mij vraagt mee te gaan.
Na wat gebabbel is het biertje op en gaan we de deur uit. Ze zou van de zenuwen bijna haar potje met urine vergeten mee te nemen….
Gelukkig wordt ze bij de dokter meteen geholpen, en blijkt na enig wachten (waar ze erg nerveus van wordt) een blaasontsteking te hebben. Buiten moet er eerst een sigaretje gedraaid worden voordat we onze tocht kunnen vervolgen naar de apotheek.
De apotheek zit op de volgende hoek en het is spitsuur. Ze schiet meteen al weer in paniek en wil rechtsomkeert maken. Ik stel voor om vast voor haar in de rij te gaan staan. Als een angstig haasje blijft ze half op de drempel staan wachten.
Eenmaal aan de beurt roep ik haar erbij en kan de zaak geregeld worden.
Opgelucht, met medicijnen in haar tas verlaten we het pand en gaan snel weer terug naar huis.Wat was ze dapper!!