Twee alcoholisten

Laatst vertelde ik over Sylvia. De vrouw die alcoholiste is en zonder biertje op te hebben niet de deur uit durft. Over haar valt nog veel te vertellen. Het zijn echter vaak zichzelf herhalende verhalen; haar leven lijkt soms een gebed zonder eind.
Wat ik nog niet over haar vertelde is dat ze een buurman heeft die ook alcoholist is. Bij hem spelen andere oorzaken en hij stopt zo nu en dan een tijdje. Als hij drinkt, drinkt hij veel en is er geen gesprek met hem te voeren. Als hij stopt is hij een leuke vent waar je goed mee kunt praten. Zowel Sylvia als Peter worden begeleid door een ambulant begeleider van de verslavingszorg en beide hebben zij gespecialiseerde thuiszorg, die bijvoorbeeld ook helpt met de post of die activiteiten met ze onderneemt. Daarnaast komt mijn collega, of ik, eens per week om te trachten enige beweging in de situatie te krijgen. Dat houdt bij Sylvia in: samen naar buiten gaan en iets ondernemen.

Met Sylvia ging het de laatste tijd niet zo goed. Ze had veel mensen over de vloer die ze vaak niet wilde. Ze kan geen nee zeggen, want dan is ze bang dat ze boos worden. Als gevolg vandien komen er allemaal zielepoten over de vloer, die nergens anders meer binnen worden gelaten omdat ze lastig zijn. Er zitten alcoholisten maar ook drugsgebruikers tussen. En ze blijven maar hangen, en drinken haar bier op, en maken er een zootje van! De vloer lijkt dan een grote vuilnisbelt. Hele pakken tabak lijken op de grond te liggen. De keuken staat vol met lege halveliterflessen bier. En Sylvia zet ze er niet uit. Ze heeft ook geen fut om op te ruimen. Het is dus gewoon een zwijnestal.
Met Peter ging het ook weer eens bergafwaarts. En als hij in zo'n staat is, wil hij de hele dag bij Sylvia binnen en bonkt hij om de haverklap aan de deur. Ze wonen op de eerste verdieping van een lage flat. Er is dus snel contact mogelijk.
Soms hebben ze steun aan elkaar, maar als beiden niet lekker gaan zijn ze elkaar eigenlijk alleen maar tot last.
De buren gingen alweer klagen, omdat het tot diep in de nacht doorging.
Ik kan me er iets bij voorstellen...

Waar zal dit eindigen?
Korsakov, geheugenverlies, een stukgedronken lijf?!
Er wordt niet of slecht gegeten. De alcohol vloeit onophoudelijk.
Beiden zijn nog geen 40, maar halen ze de 50 wel?

Mijn collega gaat, na haar langere afwezigheid door vakantie, maar weer een tijdje intensief aan de slag. Ze confronteert, maakt strakke afspraken, en blijft herhalen dat iedereen het ZELF moet doen. Sylvia weet het wel, maar heeft vaak de moed of kracht niet. Resultaat nu is is dat ze weer wat vaker nee durft te zeggen, mensen niet toelaat en af en toe de deur weer uitkomt. Haar huis gaat er weer wat beter uitzien. Omdat ik wat langere werkdagen heb ga ik ook af en toe langs. Ik ga met haar naar een tweedehandskleding winkeltje. Ze krijgt er weer zin in als ze wat anders doet dan alleen maar thuis zijn.
Het uiteindelijke doel: zelfstandig er op uit, zal wellicht nooit bereikt worden...
Het gaat in ieder geval nu weer even wat beter!

Methodiek

De wijze waarop ik werk is niet altijd in een methode te vatten.
Soms lijkt het of ik maar wat aanrommel.
Toch zijn er termen die de lading dekken en waar ik me bij thuis voel.
Een van die methodieken is de presentiebenadering:

Presentie staat tegenover op afstand staan, distantiering. De presentiebenadering is een leefwereldbenadering; steeds wordt geprobeerd de afstand tussen professional en cliënt te overbruggen. Een bureaucratische omgang met problemen en mensen is de presentiebenadering vreemd. De presentiebenadering onderscheidt zich van een interventiebenadering. In de interventiebenadering staat de oplossing van gesignaleerde problemen centraal. Veel problemen laten zich echter niet - en zeker niet makkelijk of dadelijk - oplossen. In de theorie van de presentie wordt juist het tragische en het noodlottige doordacht en wordt onderzocht wat troost, wat `een liefdevolle omgang met onomkeerbaar lijden' vermag. De presentiebenadering is op te vatten als een alternatieve vorm van professionaliteit. Een vorm waarin niet het sociaal-technische en bedrijfsmatige produceren overheerst, maar waarin ruimte bestaat voor existentieel beraad, voor sturing op basis van reflectie, voor nabijheid, dialogische omgangsvormen, normatieve overwegingen en dienstverlening. De presentietheorie legt de vinger op een verwaarloosd aspect van allerlei soorten hulp en bijstand aan mensen. Het geeft naam aan dat tekort, beschrijft een alternatieve manier van doen en biedt zicht op de grondslagen ervan. Presentie is het aanwezig zijn bij mensen en groepen in de marge, om vanuit hun leefsituatie hen te ondersteunen in hun streven naar herstel en behoud van hun waardigheid en zeggenschap in zaken die hun bestaan bepalen en in hun zoeken naar perspectief in hun leven en samenleven.
De bedenker is Andries Baart. Doel is: "mensen in de marge aandachtig nabij zijn".

Ook kan de wijze waarop ik te werk ga " bemoeizorg" genoemd worden. Een tegenwoordig officiële en veel gebruikte term. Er zijn jaren geweest waarin de hulpverlening vond dat cliënten maar zelf moesten kunnen komen, en een duidelijk hulpvraag moesten hebben. Inmiddels zijn we er achter dat niet iedereen daartoe in staat is of de weg weet.
Bemoeizorg is ontstaan in de psychiatrie en werd als officiële term geintroduceerd door Henrie Henselmans in 1993. Inmiddels is in een handboek beschreven hoe bemoeizorg werkt en wat het inhoudt.
Bemoeizorg is meer vraaggericht dan de term suggereert, constateert de projectgroep achterin het handboek. De intentie is die zorg te verlenen die de patiënt nodig heeft. Vaak zullen het anderen zijn die bepalen wat goed voor hem is, omdat de patiënt zelf dat niet kan. Acceptatie door de patiënt van de geboden zorg is daarmee een belangrijk doel van de bemoeizorg. Het betekent dat de hulpverlener extra aandacht moet hebben voor zijn perspectief. Hij moet "weten aan te sluiten bij de soms bizarre leefwereld van de cliënt", "de betekenis kennen van psychiatrische symptomen en klachten kennen", "betrokkenheid uitstralen" en de patiënt "als het ware laten verlangen naar het volgende contact".

Om dat te bereiken zal de hulpverlener met grote regelmaat van rol moeten wisselen. Soms is hij onderwijzer of ouder, dan weer onderhandelaar of diplomaat. Of koopman, zoekend naar gemeenschappelijke raakvlakken en discussies vermijdend over controversiële onderwerpen. Behalve aandacht voor de patiënt zelf is het minstens zo belangrijk dat de omgeving erbij wordt betrokken. Het 'netwerk' moet zo stevig zijn, dat de patiënt niet afhankelijk blijft van de hulpverlening.

Bij bemoeizorg is het van belang dat alle betrokken partijen samenwerken teneinde een goed resultaat te kunnen behalen. Dat geldt zeker ook voor de professionals!

Afijn, mijn werk is niet zomaar in een vakje te plaatsen, maar deze twee vormen van zorg/ begeleiding komen wel erg in de buurt. Gelukkig hoef ik me niet aan 1 methode te houden en zet ik meestal gewoon op gevoel in wat ik denk dat op dat moment nodig is. Afgaan op intuitie is toch altijd nog een van de beste manieren van werken..... en dat past niet altijd in een hokje!

Teveel goede bedoelingen

Goedbedoelde hulp kan ook wel eens teveel zijn!
Dat mocht ik vandaag meemaken. Ik belde Jolanda (uit mijn vorige blogje) om te polsen hoe het met haar was.
Ik dacht: we gaan thuishulp regelen, zorgen dat haar zoon naar de opvang of peuterspeelzaal kan en zodoende wordt Jolanda wat ontlast.
Ik kreeg een gestresste Jolanda aan de lijn en een heel relaas over me heen!
Ze had nog nooit zoveel gehuild als afgelopen week. Alleen het feit al dat ik van alles met ze besprak haalde zoveel naar boven.
Jolanda van slag, haar dochter over haar rooie..
Het wonderlijke aan Jolanda is dat als je maar 1 vraag stelt, je gerust een uur je mond kunt houden, want haar hele levensverhaal rolt er in 1 adem uit. Ongevraagd.
Dus alles wat naar boven kwam, was omdat ze dat zelf wilde vertellen.
Ze had het gevoel gekregen dat ik haar perse wilde aanzetten tot activiteiten en daarom van alles er omheen wilde regelen. En ze deden het al zolang met elkaar, en konden zo ook nog wel even verder...
Haar dochter was van slag omdat er een paar keer gesproken werd over de mogelijk nog korte levensduur van haar moeder.
Het lijkt een gegeven te zijn wat iedereen beseft, maar waar ze het liefst niet mee geconfronteerd worden.
Hoeft ook niet van mij.
Ik heb maar afgesproken dat ik ze even met rust laat. Ze kunnen me ten alle tijde bellen!

Bijstandsgerechtigden

De mensen waar ik mee werk zijn over het algemeen langdurig aangewezen op een bijstandsuitkering. Bij vrijwel iedereen waar ik kom snap ik heel goed waarom ze (nu) niet kunnen werken.

Kees was tot begin 2000 zelfstandige. Hij had een onderhoudsbedrijfje en verhuurde zichzelf aan andere firma's. Hij kon er goed van leven en rondkomen. Een vrije vogel die deed waar hij zin in had en lange dagen maakte. Tot hij in het ziekenhuis terecht kwam met een hersenbloeding, een veel te hoog suikergehalte en in coma raakte. Hij was niet verzekerd en had dus geen recht op Wao. Na een periode van revalideren kwam hij in de bijstand terecht. Werken zoals hij dat gewend was zal nooit meer lukken. Het inkomen wat hij gewend was zal hij nooit meer ontvangen.

Een paar andere mensen waar ik over de vloer kom zijn alcoholist. Als je de verhalen hoort over hun jeugd en verleden kun je het bijna begrijpen dat het zover is gekomen.
Alcoholisme/verslaving valt onder te brengen in DSM-IV wat aangeeft dat het als ziekte gezien kan worden. Houdt niet in dat er niets mogelijk zou zijn. Wel dat het niet zomaar gaat en soms niet zal lukken wezenlijk verandering teweeg te brengen..

Dan heb je nog mensen die gewoon lichamelijk in slechte conditie zijn. Door ziekte of emotionele gebeurtenissen.
Ik kom sinds kort bij een vrouw over de vloer die een aangeboren vaatvernauwing heeft. Door verwaarlozing in haar jeugd is het te laat ontdekt en niet veel meer aan te doen. Zolang ze kon heeft ze gewerkt, maar nu lukt dat echt niet meer.
Ze heeft moeite toe te geven dat ze misschien hulp nodig heeft. Maar de praktijk van elke dag lijkt haar te dwingen tot het aanvaarden daarvan.
Ze heeft een dochter van bijna 18 en een zoontje van 2 1/2.
Laat ik haar Jolanda noemen.
Door de ziekte die ze heeft is haar levensverwachting nog maar kort. Ze zal hooguit 50 worden (ze is nu 37). Een operatie is mogelijk, maar zou inhouden dan haar ene been geamputeerd moet worden, inclusief een deel van haar heup. Hierdoor zal ze in een rolstoel terecht komen. Ze kiest ervoor dit niet te doen.
Gevolg is nu dat ze bijna niets kan. Ze heeft zoveel pijn dat ze de hele tijd moet bewegen, staan of op 1 bil op een stoel hangen. Haar dochter helpt haar bij alles, maar wil ook graag een studie doen. Dochter heeft een bijbaantje maar zegt vaak af omdat Jolanda hulp nodig heeft. Hulp in en rond huis, en met het kleine joch.
Mocht ze komen te overlijden zal haar dochter de zorg van het zoontje overnemen.

De casemanager had bedacht dat Jolanda misschien wel weer wat kon gaan doen en had haar aangemeld voor een leer/werktraject.
Mijn collega trajectbegeleidster vroeg mij bij het intakegesprek te zijn, omdat ze al snel de indruk kreeg dat dit traject geen haalbare kaart was, maar mijn bemoeienis misschien wel iets zou kunnen opleveren.
Dat bleek ook zo te zijn en ik ben in gesprek gegaan.
Het werk-traject werd afgeblazen en ik maak een inventarisatie van de situatie.
Over Jolanda zal ik vast nog meer vertellen. Ik ben nog maar net begonnen....
Ik zie een situatie die uit zijn verband is gerukt. Een dochter die zich verantwoordelijk voelt, teveel doet en daardoor geremd wordt in haar eigen ontwikkeling. Een zoontje die te kort komt, die vaak een huilende moeder om zich heen heeft die geen energie kan opbrengen om ook leuke dingen met hem te doen. Hij heeft geen andere kleine kinderen om zich heen. Geen voorbeelden, geen speelkameraadjes. Hij is zijn moeder vaak te veel en vraagt als gevolg vandien veel negatieve aandacht.
Jolanda die nergens iets leuks uit kan halen omdat alles eigenlijk te veel is.
Ze lijken vast te ziten in een patroon, met zijn drieen.
De vaders van de kinderen zijn uit beeld. Een is overleden, de andere zit in detentie.
We maken een positieve start. Ik vertel over mogelijke ondersteuning in haar situatie en ze zegt: "het is voor het eerst dat iemand me vertelt dat er van alles mogelijk is".
We gaan aan de slag!

Een moment van bezinning

Soms voel ik me gewoon zo'n bezeten hulpverlener die zich helemaal vastbijt in de problematiek van de cliënt. Dan vraag ik me wel eens af waarom ik het zo doe?!
Er zijn er niet veel die soms dagen met 1 persoon bezig zijn, om maar uiteindelijk een klein dingetje geregeld te krijgen!
Moet ik misschien denken: die cliënt doet het al zolang op deze wijze, dan kan ie ook nog wel even wachten... Of moet ik vooral gewoon stug verder gaan op mijn eigengereide wijze?!
Ik weet inmiddels echt wel dat:
-problemen die al heel lang liggen ook nog wel wat langer kunnen wachten, maar hoop doet leven en geeft mensen soms een nieuwe impuls
-ook al verbetert er NU iets aan zijn/haar situatie, wil dat niet zeggen dat deze persoon vanaf nu anders gaat leven of nooit meer dezelfde fouten maakt
-je veel geduld moet hebben, ook al vervalt iemand in dezelfde fout
-ik als hulpverlener vaak meer voor elkaar krijg bij anderen uit het vak dan de cliënt ooit zou lukken: die stuit op vaak dichte deuren
-ik alles uit de kast zal halen om de cliënt tot hulp te zijn, en daarvoor soms over grenzen moet durven stappen en brutaal moet zijn
-ik mensen echt weer blij zie worden op het moment dat er weer eens iets positiefs gebeurt

Maar waar ik me zo druk om maak is de stugge houding van sommige dienst- cq hulpverleners.
Er zijn er maar weinig die een stapje verder durven of willen gaan. Een stap die soms heel klein is maar zoveel oplossingen en bijdrage aan iemands welzijn kan bieden. Maar dat past niet binnen de kaders van hun werk, of uren.

Een klein voorbeeld daarvan komt uit de praktijk van de dag. Voor Kees, de jongen met wie ik al even bezig ben om zijn schulden te regelen en nu zijn water aangesloten te krijgen, had ik een aanvraag "bijzondere bijstand" ingediend bij de sociale dienst. Ik kreeg te horen dat de aanvraag afgewezen wordt, want daar is de bijzondere bijstand niet voor. En bovendien (!!?!) zat hij al vanaf januari zonder water en maakte een paar maanden ook niet meer uit! Hij kon dus blijkbaar prima zonder water....
Ik legde de situatie uit, dat ik betrokken ben en hem ondersteun, dat hij geen goede gezondheid heeft en ik me daar serieus zorgen over maak, maar dat mocht niet baten. De casemanager bleef bij haar standpunt.
Ik heb met een diepe zucht opgehangen. En dan moet ik ze ook nog te vriend houden, anders krijg ik nooit meer wat voor elkaar!
Gelukkig heb ik voor dezelfde cliënt een paar collega's zo gek gekregen even mee te helpen en denken. En is nu, dank zij een schuldhulpverlener van onze organisatie, in ieder geval een aanvraag voor budgetbeheer ingediend.
Dit doen zij dan toch ook maar even tussen de regels (en in hun kostbare tijd) door!
Als budgetbeheer is opgestart kan mogelijk zijn water weer aangesloten worden, omdat dan weer betaald zal gaan worden!

Terugkomend op het begin van mijn relaas: ik blijf het lekker doen zoals ik het doe. Zolang ik maar kritisch blijf en mezelf af en toe afvraag WAAROM ik het zo doe is het goed. Ik blijf erbij dat mensen zelf keuzes maken, maar soms niet in staat zijn het roer om te gooien. Ik zie door de wijze waarop ik werk verandering en vooral af en toe weer een meer tevreden mens!

De oma van Kees

Kees zijn oma is overleden. Zij was zijn alles...
Zijn moeder overleed toen hij klein was en oma heeft hem min of meer opgevoed.
Verder heeft hij geen contact meer met familieleden.
Bij oma kwam hij een paar keer per week. Hij deed boodschappen voor haar, wat klusjes en vooral praatten ze veel met elkaar.
Dit gebeurt net in een periode waarin intensieve samenwerking van groot belang is om verbetering aan te brengen in zijn situatie.
Ik heb hem huilend aan de telefoon. Van hem hoeft het allemaal niet meer...
Ik doe wat peptalk en spreek af hem de volgende dag weer te bellen. Eigenlijk had ik die dag langs willen gaan om hem wat handtekeningen te ontfutselen, maar daar heeft hij echt geen zin in.
Ondertussen verricht ik bergen werk en ben ik zomaar een dag met zijn administratie en schulden bezig.
Ik bel met zijn casemanager van de Gemeente, ik bel met schuldhulpverlening, schuldeisers, etc.
Ik probeer voor elkaar te krijgen dat zijn schuld bij het PWN (870 euro) betaald kan worden uit een lening bij bijzondere bijstand, wat dan later weer meegenomen kan worden in de schuldhulpverlening. Dan zou hij in ieder geval weer water hebben.
Als ik niets doe zal er pas iets veranderen als de schuldhulpverlening gestart is en dat kan nog wel een paar maanden duren.
Hoewel iedereen meedenkt en behulpzaam is, wordt het een hele klus.
Om bijzondere bijstand aan te vragen moeten er tal van papieren ingevuld worden, kopieen gemaakt van allerlei zaken en handtekeningen gezet worden.
Dan is ook nog de kans groot dat het afgewezen wordt en we een nieuw kanaal moeten zoeken! Antwoord op deze aanvraag zou ook zomaar een paar weken op zich kunnen laten wachten.
Daarnaast meld ik hem aan voor de collectieve ziektekostenverzekering via de Gemeente. Dat levert hem korting op en het wordt op zijn uitkering ingehouden, wat inhoudt dat hij in ieder geval weer betaalt.
Zijn schuld bij de zorgverzekeraar is ruim 6000 euro (als het inmiddels niet meer is), en die kan maar beter niet groter worden!
Gelukkig staat Kees vandaag weer open voor contact en tref ik hem bij de koffieshop, waar hij zijn vrienden om zich heen heeft die hem erg ondersteunen in zijn verdriet.
Hij zet overal handtekeningen onder en geeft aan blij te zijn. "Ik doe het allemaal voor oma", zegt hij. "Ze moet trots op me zijn"!

Hij gaat alle rode kaartjes op de post doen (om al zijn bingo- postcode- en bankgiro loterijen op te zeggen), en ik vervolg mijn klus.
We zijn nog lang niet klaar, maar stap voor stap wordt gewerkt aan verbetering. Ik moet ook niet te snel willen...

Samenwerking

In het vorige verhaal schetste ik een multiproblem gezin.
Het vervolg op de hulpverlening aan dit gezin heeft alleen plaats kunnen vinden door een goede samenwerking met verschillende instanties.
Gelukkig lukt dit af en toe nog!

De medewerkster van de ggd was zoals gezegd bij hen langs geweest.
Zij werd ontvangen in een kamer boven in het huis, omdat de honden teveel last zouden geven in de huiskamer. Misschien was er wel sprake van enige schaamte, want deze colega vertelde dat het huis helemaal kaal is. Er ligt geen vloerbedekking, er is bijna niets...
De ontvangstkamer was echter redelijk aangekleed.
Er bleek inderdaad sprake te zijn van veel verschillende problemen die het leven wat lastig maken, zoals bijvoorbeeld een muizenplaag die ervoor zorgt dat ze nog maar 1 gaspit kunnen gebruiken (de rest is weggeknaagd..)en waardoor ze geen voedsel kunnen bewaren. Gif strooien tegen de muizen willen ze niet want ze zijn bang dat de honden dat binnen zullen krijgen.
Afijn, dat is een probleem wat later aangepakt kan worden, er is die dag in ieder geval een voedselpakket geregeld, zodat de mensen een paar dagen te eten hadden.
In de loop van de week is er contact opgenomen met de uitkerende instantie, en is na veel heen en weer gebel en overleg de uitkering weer opgestart. Dit lukte alleen maar omdat de medewerkster van de ggd hier op aangedrongen heeft en de situatie vanuit haar visie belicht heeft. Dit houdt in de de mensen niet meer uit hun huis gezet dreigen te worden omdat de huur kon worden betaald.
Met elkaar hebben we nog overlegd over de juiste zorg/begeleiding aan het gezin. Het is eigenlijk een wonder dat dat niet is opgepakt toen de kinderen uit huis geplaatst werden.
Ze zijn hiertoe aangemeld bij het Schakelstation.
Er was enige twijfel over de juistheid van deze aanmelding, omdat het Schakelstation bedoeld is voor mensen die of dakloos zijn, of de zorg mijden.
In dit geval heeft het paar wel hulp gezocht, echter pas op het moment dat de nood echt hoog was en verder lijken ze elke bemoeienis van hulpverleners te mijden.
Vanuit het Schakelstation zal een zorgmentor aangewezen worden, die zich instelt op langdurige en zorgvuldige begeleiding.
Er wordt dan goed gekeken naar wat voor soort begeleiding noodzakelijk is en het beste bij de mensen zal aansluiten.

Bij deze: dank aan alle mensen die hebben meegwerkt deze situatie vlot te trekken!

Folie a deux

Multi problem gezinnen: Gezinnen of cliënten die vaak moeilijk te bereiken zijn.

Een definitie:

De situatie van deze cliënten kenmerkt zich door een vaak lange geschiedenis in de hulpverlening met wisselend succes. De gevolgen zijn een geringe motivatie voor (nieuwe) hulpverleningstrajecten en het dieper wegzakken in problemen.
Verder is er sprake van:
· Meerdere problemen op meerdere levensgebieden
· Kans op ingrijpen van buitenaf
· Meerdere hulpverleners die actief zijn of noodzakelijk zijn
· Een zwaar accent op de noodzaak tot initiatiefnemende hulpverlening.



Onlangs kwam ik in aanraking met zo'n gezin.
Ik werd gebeld door de man van het paar. Mijn collega had 1 keer contact met ze gehad en ze doorverwezen naar het algemeen maatschappelijk werk.
Hij vroeg om hulp, omdat ze de uitkering deze maand niet binnen hadden gekregen. Er was al schuld bij de woningbouwvereniging en ze waren bang uit huis gezet te worden.
Ik sprak met ze af op kantoor, want ze wilden niet dat ik bij hen langs kwam.
Voor ze kwamen stelde ik me op de hoogte van de informatie die al binnen onze organisatie bekend was.
Eerder hadden ze zich gemeld bij schuldhulpverlening. Bemoeienis van de Stadsbank bleek lastig omdat het vorige saneringstraject nog maar een paar jaar tevoren afgesloten was, en dit dan 10 jaar niet meer mag plaatsvinden.
Huurachterstand was mede ontstaan omdat een van de (7!) honden een operatie nodig had die ruim 500 euro kostte. Met de verhuurder was de afspraak gemaakt binnen een paar weken tot betaling over te gaan. Dit zou nu dus niet gaan lukken.
Ik ontving ze dus op kantoor. Zij een opgemaakt poppetje met een laag plamuur op haar gezicht, hij een wat verwaarloosd uiterlijk. Ze waren allebei 52. Beiden hadden een penetrante lucht om zich heen hangen.
Bleek dat de uitkering was stopgezet omdat meneer een (verplicht) werktraject had moeten aanvaarden en hij had dit geweigerd. De reden hiervoor was volgens hen dat hij zijn vrouw niet alleen kon laten. Er was bij haar sprake van veel lichamelijke klachten en een angst- en paniekstoornis. Volgens hen veroorzaakt door ruzie met de buren, zo'n vijf jaar geleden. "Alemaal drugshandelaars en hoeren...". Er was toen sprake van veel agressie, waardoor ze zich niet meer veilig voelden, en zij "getraumatiseerd" was.
In het gesprek bleek dat de man best wel aan het werk wilde, maar zijn vrouw hield dat tegen. "Van mij mag ie werken hoor, maar ik sta niet voor de gevolgen in", zei ze dan. Ik vroeg wat er met haar kon gebeuren, daar had ze geen antwoord op. Ik stelde dat er misschien gekeken moest worden naar haar situatie en dat wellicht hulp noodzakelijk was. Ook liet ik doorschemeren dat zij hem tegen leek te houden, en dat daardoor de situatie zo uit de hand liep. Daar werd ze erg boos om, want alles kwam door de situatie met de buren.
Wat ik ook probeerde, hoe ik het ook probeerde, ik kwam niet door hun eenzijdige gedachtengang en eigen belevingswereld heen. Ze vulden elkaar aan en bevestigden elkaar.
Ze hadden als oplosing bedacht dat ze als figurant (via castingbureau's)wilden gaan werken, of samen voor een begrafenisondernemer. Hij kon dan chauffeuren, zij de koffie schenken...
Ik schetste dat het een leuk idee was, maar niet erg realistisch. Daar wilden ze niets van horen.
Op gegeven moment heb ik het gesprek afgesloten, omdat ik niet verder kwam. Ik gaf ze was geld mee voor boodschappen en zei toe me te beraden op de te nemen stappen en mogelijkheden.

Met een collega de situatie vervolgens doorgesproken en op een rij gezet wat ik zou kunnen doen. Een "folie a deux", noemde hij de situatie. (*Waanstoornis die door twee of meer personen met nauwe emotionele banden wordt gedeeld. Slechts een persoon leidt aan een echte psychotische stoornis, de wanen zijn bij de ander(en) geïnduceerd en verdwijnen gewoonlijk wanneer de personen worden gescheiden)
Ik belde met de ggd om te informeren of dit gezin bekend was. Dat bleek inderdaad zo te zijn. Het verhaal werd steeds groter. Het scheen dat ze twee kinderen hadden, die onder toezicht gesteld waren. Een aantal jaren eerder was de ggd ingeroepen, bij de problemen met de buren, maar ook omdat er een muizenplaag was en uitwerpselen van de honden in huis. Ook toen werd over "folie a deux" gesproken.
Als je het vanuit die invalshoek bekijkt, is het bijna begrijpelijk dat de man vond dat hij niet aan het werk zou kunnen gaan en zijn vrouw alleen moest thuislaten.
Er is dan sprake van een zieke, symbiotische gezinssituatie.

Uiteindelijk heb ik met de ggd afgesproken dat ze de volgende dag een huisbezoek zouden afleggen. Tegelijk zouden ze een voedselpakket voor de mensen aanvragen en kijken of nog te onderhandelen viel met de woningbouw. Wellicht wordt er nu een "bemoei-) zorg traject opgestart, want zo kan het niet verder.

Je kunt denken: ach, het is de eigen verantwoording van mensen... maar straks staan ze op straat, en veroorzaken ze de samenleving alleen maar meer ellende en overlast. En uiteindelijk wil niemand dakloos zijn, en gewoon leven op zijn eigen manier, ook al lijkt dat voor de buitenwereld heel ongezond!
Hoe dit afloopt? Ik kan het niet voorspellen.
Ik zal hier verslag doen van het vervolg.

Meneer Yousef

Yousef was een man van ongeveer 55, afkomstig uit Iran.
Omdat hij een poosje naar Iran was geweest en zijn huur niet was betaald door de onderhuurders, werd hij uit zijn huis gezet in Heemskerk.
Hij kwam op straat terecht en werd verwezen naar Haarlem, omdat dat de “Centrum-gemeente” is. Dat houdt in dat alle daklozen uit omliggende gemeentes daar opgevangen worden. Hij meldde zich bij de nachtopvang bij het Leger des Heils.
Dat was een plek waar hij bijzonder ongelukkig van werd. Hij was depressief en slikte daar ook medicijnen voor. Hij was eigenlijk een heel beschaafde, zorgzame en vriendelijke man. Totaal niet op zijn gemak tussen de doorsnee dakloze, die toch vaak alcohol of andere middelen nuttigt.

Via een omweg kwam hij bij ons terecht en zijn we aan de slag gegaan een beter onderdak voor hem te vinden en regelen. Na een poosje was dat gelukt en kon hij voor een aantal maanden terecht in een tijdelijke voorziening, waar hij een eigen kamer had.
In de tussentijd besprak hij zijn twijfel of hij terug zou gaan naar Iran. Deze wens nam meer en meer zijn leven in beslag. In Nederland had hij niets, geen familie, geen vrienden, geen werk, geen netwerk. Een eenzame man, die ik vaak op straat tegen kwam. Zonnebril op (weer of geen weer) en altijd met een plastic boodschappentas in zijn hand. Dan zei hij “dag mevrouw M, hoe gaat het met u”? Het leek of ik hem overal zag wandelen, alsof wandelen zijn levensdoel was geworden. Hij vroeg zelfs een paar keer of ik met hem wilde wandelen.. Een paar keer per week kwam hij op kantoor en vroeg dan altijd: “Is meneer Geert er”? Geert hielp hem met administratieve zaken en het oplossen van de schulden waren ontstaan. Daarnaast zijn ze gaan werken aan de terugkeer naar Iran. Dit bleek namelijk een reële optie!

Inmiddels is meneer Yousef terug naar zijn vaderland. Hij heeft een levenslange (kleine) basis uitkering meegekregen, inclusief ziektekostenverzekering. De deal is dat hij daarmee zijn verblijfsdocument voor Nederland op heeft moeten geven, en dus nooit meer terug mag komen. Ik hoop dat hij zich zal redden…..