Mijn hulp wordt ingeroepen door een collega van het buurtbeheer. Een jongen die daar zijn taakstraf doet heeft wat problemen. Of ik eens met hem wil praten?!
Ik maak een afspraak en kom bij hen op kantoor. Een simpele, op het eerste gezicht oprechte jongeman. Hij vertelt zijn verhaal.
Hij is opgegroeid op een kamp. Daarbij komt dat zijn hele omgeving zeer bekend is in het criminele circuit. Hij inmiddels ook. Hij is 25, heeft al enige jaren detentie achter de rug en moet nu nog een taakstraf. Niet mis dus.
Zijn verhalen gaan over mensen ombrengen, witwaspraktijken en andere criminele handelingen. Hij vertelt het als ware het heel normaal. Voor hem is dat ook zo: hij kent geen andere wereld.
Ik merk dat ik me geen raad weet. Ik blijf wel gewoon met hem in gesprek en probeer te ontrafelen waar hij mee zit. In het kort komt het er op neer dat hij wel los wil van dit wereldje, maar dat dat niet kan. Hij zou er op aan gekeken worden of in het ergste geval: op afgerekend worden.
Waar hij het meest mee zit is de dood van zijn moeder. Acht jaar geleden heeft hij haar gevonden: opgehangen, zelfmoord. Het laat hem niet los en hij heeft het nooit verwerkt. Ook heeft hij last van zijn eigen agressie en hij wil iets van een training doen om er minder last van te hebben.
Ik ben geen expert in rouwverwerking en spreek met hem af dat ik op zoek zal gaan naar iemand die hem kan begeleiden om dit een plek te geven.
Als ik thuis kom merk ik dat het me echt heeft geraakt. Ik ben niet bang maar voel me machteloos en ik wil niet te veel betrokken raken in die wereld. Ik moet het echt even laten zakken.
De volgende dag bel ik eerst met zijn (taakstraf-) begeleider van reclassering. Deze geeft aan dat hij deze jongen heeft verwezen naar maatschappelijk werk. Hij heeft zelf geen extra tijd gekregen uitgebreid aan de slag te gaan met hem. Hij kan hem alleen maar adviseren en moet de taakstraf bewaken. Daarna houdt het contact weer op en is iemand weer helemaal op zichzelf aangewezen.
Ik bedenk me dat de maatschappij op deze manier niet meewerkt aan vermindering van het aantal veelplegers. Uiteraard zal hij weer overgaan tot criminele handelingen; hij weet niet hoe anders met het leven om te gaan.
Ik neem vervolgens contact op met collega's van het maatschappelijk werk en vraag of er iemand in het team is die niet snel van slag is en die deze jongeman kan begeleiden met zijn rouwverwerking. Een van de mannelijke collega's kan en wil dit wel op zich nemen.
Ik heb niet veel gedaan, maar heb nu een klein beetje het gevoel in ieder geval iets in werking te hebben gezet.
Stiekem ben ik opgelucht dat ik het weer achter me kan laten!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten